Cradle to Cradle, een veelbesproken onderwerp in een samenleving die schreeuwt om duurzame oplossingen. Elke maand ontvangt de redactie bij DHO er wel een artikel of opiniestuk over. Deze nieuwsbrief staat zelfs in het teken van C2C. En dat kan natuurlijk niet zonder Michael Braungart zelf aan het woord laten. Diana den Held, houder van Gevleugelde Woorden, tevens zijn strategisch adviseur, spreekt hem regelmatig. Op haar blog lees je alles.
Diana in gesprek met Michael
In één zin: Michael Braungart is de grootste levensgenieter en tegelijk de meest idealistische persoon die ik ooit ontmoet heb. Toen ik hem voor het eerst hoorde stellen dat uiteindelijk alles draait om het ‘vieren van het leven’ dacht ik: Dat Kan Niet.
Eén blik op zijn achtergrond bij Greenpeace en de lijnen in zijn gezicht vertellen een ander verhaal; deze man leeft naar een visie, naar idealen en bijt zich vast. Het is iemand die zich zorgen maakt en die bezig is een doel te bereiken: verbetering. Dat hij daarvoor bereid is de grootst mogelijke offers te brengen en tóch leeft met een intense lust for life ontdek ik als ik een tijdje met hem oploop.
Cradle to Cradle
Braungart is wereldwijd bekend is geworden met de slogan “Cradle to Cradle” (in Nederland beter bekend als ‘Afval is Voedsel’). Ironisch genoeg is Braungart eigenlijk helemaal niet zo blij met de populariteit van deze uitdrukking. “Het begint een beetje uit z’n verband te raken. Het gaat er niet om dat alles altijd maar terug naar ‘af’ moet. Waarom zou je dat doen? Vooruitgang hoort zowel bij de mens als bij de natuur; de kersenboom die zo vaak als voorbeeld gebruikt wordt, blijft ook niet op hetzelfde punt steken. En die neemt ook zeker niet zelf alles terug.”
Dingen die uit hun verband gerukt worden blijken een puntje van aandacht te zijn, zo merk ik tijdens een lezing voor ondernemers. Na een aantal presentaties van bedrijven die allemaal beweren ‘heel cradle to cradle’ te zijn, krijgen enkele sprekers direct bij aanvang van Braungarts speech een veeg uit de pan; “Ik zou het erg fijn vinden als jullie niet alleen erover nadenken om grappen of quotes van mij of McDonough aan te halen, maar ook proberen dat dan op de juiste manier te doen.”
Zo, Braungart is binnen.
Laten we eens bij een definitie beginnen. Wat is Cradle to Cradle nou eigenlijk; een filosofie, een visie, een marketing tool… Ik hoor zelfs mensen zeggen dat het een recycling concept is. Hoe omschrijf jij het Cradle to Cradle gedachtegoed?
“Cradle to Cradle is in de eerste plaats een business model. In dit model wordt een onderneming zodanig georganiseerd dat de uitkomst zowel voor de onderneming, als de omgeving, als de maatschappij goed is. Het is dus ook véél meer dan een milieuverhaal. Natuurlijk kijken we naar biologische en technische cycli, maar eerst kijken we naar de relatie tussen leverancier, fabriek en gebruiker. Alleen zo kun je komen tot voor iedereen betere producten.
Een van de grootste misverstanden die ik tegenkom als het over Cradle to Cradle gaat is dat het geplaatst wordt binnen een context van afvalvermindering of andere soorten van vermijden, minimaliseren, controleren etc. Cradle to Cradle is géén recycling concept. Het is een strategie om te komen tot product- en procesinnovatie.”
Man on a mission?
Als ik Braungart later vraag of hij er zo langzamerhand niet moe van wordt om overal als een popster zijn grootste hit te moeten ‘zingen’ raak ik een snaar. “Nee,” antwoord hij. “Dit is wat ik moet doen, ik heb veel concessies moeten maken en er is nu geen weg terug. Een afgelegen schapenboerderij in Ierland zit er even niet in.”
Uitdagend stel ik dat er natuurlijk altijd een keuze is. Maar Braungart weigert resoluut. “De maatschappij heeft nu zo veel in mij geïnvesteerd, ik zou er ethisch niet eens mee uit de voeten kunnen om daar niets mee te doen. Trouwens, we hebben nog zo’n 10, 15 of wellicht 20 jaar de tijd om iets te veranderen, anders vernietigt het systeem zichzelf. Het moet gewoon nu.”
Geen regels!
Toch vindt Braungart zelf niet dat hij op een ‘missie’ is. Hij ergert zich groen en geel aan organisaties die zijn ideeën omzetten in regels als 1) Doe Dit, 2) Doe Dat, etc. “Zoiets werkt toch niet?” stelt hij. “Dat is net zo stom als op een feestje zeggen ‘You must have fun!’. Je maakt jezelf belachelijk”.
Ineens krijg ik in de gaten waar Braungart mee bezig is. In de dagen dat ik hem volg heb ik hem op verschillende manieren tewerk zien gaan: bij de bijeenkomst met ondernemers gooit hij een uitnodiging in de zaal om hem toch vooral even als ‘vijand’ te zien “Zodat jullie een gezamelijke vijand hebben om je tegen te verenigen”. Tijdens een debat met internationale politici in de Tweede Kamer stelt hij zich op als provocateur. De stellingen die hij door de zaal gooit doen zelfs mijn adem stokken en ik moet 3x slikken bij het horen van zoveel aanvallen op dingen die écht beter moeten kunnen. Met als gevolg:
Grote namen uit allerlei landen schieten overeind in hun stoel om toch vooral te vertellen hoe zij dingen wel en niet doen. Ze haasten zich om hun kennis te delen, en, in een vlaag van irritatie en schrik, zie ik bijvoorbeeld een Franse minister bijstand zoeken in een fluistergesprek met zijn buurman aan tafel. Terwijl ik het ze samen ‘eens’ zie worden, zie ik wat hier gebeurt; Braungart stelt zich vrijwillig op als schietschijf om mensen in actie te laten komen, tot uitspraken en vooral: tot gedachten en samenwerking. Ineens zie ik de Greenpeace-man in hem. Iets waarover weinig gesproken wordt, maar zo te zien is er in al die jaren eigenlijk weinig veranderd. Waar hij in het verleden op boten zat, of giftige lozingen markeerde ‘in het veld’ weet hij nu de weg in het land der politici, academici en ondernemers.
De beroemde chemicus
Als ik na een toespraak de rij belangstellenden zie staan schiet ik bijna in de lach. Chemicus met rockster-proporties, hij zal zelf ook niet hebben zien aankomen dat je met een dergelijke studie (“Ik ging alleen maar chemie studeren omdat ik verliefd was op mijn juf hoor”) ooit nog handtekeningen zou gaan uitdelen. Maar zelfs een Al Pacino zou er nog wat van kunnen leren; Braungart heeft voor iedereen tijd en aandacht: “Dat is een van de weinige luxe-dingen die ik nog over heb: tijd. Ik kán beslissen of ik ergens veel of weinig tijd in wil steken, dus als ik iemand tegenkom met een goed verhaal dan kan ik ervoor kiezen daar bij stil te staan. Zo hebben McDonough en ik elkaar ooit ontmoet”
Geen schuldgevoel
Minstens even vervelend als mensen leefregels geven, vindt Braungart het ook om mensen voortdurend een schuldgevoel aan te praten. Vooral Al Gore krijgt er van langs. “Het is niet mijn bedoeling om mensen met tranen in hun ogen te laten zitten en zich allerlei dingen in het leven te laten ontzeggen omdat dat ‘beter is voor het milieu’. Inspiratie blokkeert door angst en schuldgevoelens. Dat is zó de verkeerde weg. Je kunt de dingen toch gewoon anders doen?
En wat ik zeker ook niet wil is mensen het idee geven dat elk mens er eigenlijk een te veel is, zoals Gore dat doet. Wat heeft het voor zin om mensen te verlammen? Je geeft ze alleen maar een alibi om helemaal niets meer te doen. Natuurlijk, het is afschuwelijk stom om je haar te verzorgen met een conditioner die niet alleen jouw haar een mooi glad laagje geeft maar ook het koraalrif. Maar als je een positieve of neutrale bijdrage zou kunnen doen… waarom moet je je daar dan slecht over voelen? Het wordt echt hoog tijd dat mensen die vreselijke beelden eens omdraaien: het gaat er niet om wat je aan voetafdruk allemaal moet verminderen. Het gaat er juist om wat je kunt bijdragen. Zet maar een zo groot mogelijke voetstap. Als het maar een juiste is.”
Ik grijp mijn kans om Braungart te vragen of hij nog tips heeft. Braungart lacht. “Het eerste wat je kunt doen is genieten van het leven, maar als je iets concreets wilt doen, help dan mee aan het creeren van supportsystemen. Vraag gewoon, als je iets koopt, aan de verkoper of je het 1) kunt verbranden zonder filters 2) in je tuin kunt leggen om te verteren of eventueel 3) terug kunt brengen. Door die vragen verandert de markt, zo simpel is het.